10 juni 2009

Borrel bij de uitgeverij.

Voelt chic hoor, of je er bij hoort. Bij dat clubje schrijvers. Zelfs toen we allemaal met een taartonderlegger om onze nek en een opengescheurde patatzak op ons hoofd moesten poseren voor de foto, voelde het heus deftig (korte verklaring voor dit merkwaardige fenomeen: het was een Ik Hou Van Holland-haringfeestje). Maar de bijeenkomst was ook een spannende confrontatie, want vorige week heb ik de eerste 25 A4’tjes naar de uitgever gestuurd, dus ik was nogal zenuwachtig toen ik vandaag in mijn mooie jurkje naar het feest ging. Dat bleek niet nodig. De uitgever had mijn pagina's nog niet gelezen.

4 mei 2009

Wie schrijft die leest

Harry Mulisch kan dan wel beweren dat hij een schrijver is, en geen lezer, maar Harry Mulisch is nou eenmaal...Harry Mulisch. Van alle andere schrijvers vind ik het moeilijk te geloven dat ze niet lezen. Je moet toch van boeken houden om er je werk van te kunnen maken? Je moet toch weten hoe een goed verhaal verteld wordt? Dat kun je trouwens ook lezen in boeken over schrijven. Deze vond ik bijvoorbeeld heel bruikbaar:

E.M. Forster: Aspects of the Novel Renate Dorrestein. Het geheim van de schrijver John Gardner, De kunst van het schrijven Stephen King, Over leven en schrijven

7 april 2009

Hoe leg je uit waar je boek over gaat?

'En waar gaat je boek over, of wil je dat nog niet zeggen?' Als mensen me vragen naar mijn werk, deel ik ze nonchalant mee dat ik met een roman bezig ben. Het effect is groots, iedereen hangt meteen in aanbidding aan mijn lippen. Maar dan komt die onvermijdelijke vraag. Het liefst zeg ik niet waarover het boek gaat. Niet dat ik bang ben dat een ander er met mijn idee vandoor gaat, maar ik vind het moeilijk om het heel in het kort te vertellen. Ik vind dat ik in één zin moet kunnen uitleggen waar mijn boek over gaat, en dat kan ik nog niet. Ik wil dat boekenlezers straks tegen elkaar zeggen: 'Dat boek van Brigitte van Meurs, dat moet je lezen joh. Dat is dat boek dat gaat over (en dan die ene zin).

2 maart 2009

Het blijft nog even spannend

Voor de uitgever me een contract wil geven, wil hij iets meer lezen dan de paar bladzijden die ik had gestuurd. Begrijpelijk. Dus zwoeg ik, als andere klussen (er moet tenslotte ook brood op de plank komen) dat toelaten, op mijn eerste hoofdstukken. Ik stel het moment van inleveren uit. Bang dat het nog niet goed genoeg is. Ik zoek nog naar een vorm, een toon, de juiste sfeer. Ik heb wel het idee dat ik er steeds dichter bij kom. Maar dan lees ik wat ik heb geschreven, en dan gooi ik de helft weer weg. Ik had het kunnen weten. Het is niet makkelijk om schrijver te zijn.

11 februari 2009

Gesprek bij de uitgever

Het gesprek bij de uitgeverij verloopt soepel. Redacteur en uitgever zijn enthousiast over mijn idee, ze vragen me waar het boek ná dit boek over zal gaan ('Wij denken niet in boeken, wij denken in auteurs.') en of ik mik op 2010 of 2011. Ze vinden dat het boek in mei moet verschijnen, want het wordt een boek dat je wilt lezen op vakantie. Ze bedenken alvast ludieke manieren om mijn boek te promoten, ze hebben zelfs al iemand op het oog die het eerste exemplaar overhandigt. Opgetogen verlaat ik de uitgeverij. Bij de bushalte kijk ik of mensen aan me kunnen zien dat ik schrijver ben.

2 februari 2009

De uitgever ziet wat in mijn boek

De uitgever belt: of ik langs wil komen. Of ik wil praten over die roman waar ik mee bezig ben. Ik doe mijn best om koel te blijven. Blader heel hard in mijn agenda en zeg luchtig: 'Volgende week kan ik wel.' Als we opgehangen hebben, val ik op mijn knieën en bal ik mijn vuisten als een voetballer die net gescoord heeft. YES YES YES! Ik bel meteen F. om hem het heuglijke nieuws te vertellen. Als ik ophang, vraag ik me ineens af of ik dit eigenlijk wel kan.